Parkeren Crimpenhof

(samenvatting dossier 2016.527)
De Parkeerverordening Krimpen aan den IJssel 2013 is op 21 maart 2013 vastgesteld. De heer O. constateert in 2014 dat het uitvoeringsbesluit ‘Parkeren vergunninghouders Crimpenhof’ van de gemeente Krimpen aan den IJssel dat op basis van de Parkeerverordening is vastgesteld al op 29 januari 2012 is genomen. De heer O. meent daarom dat het uitvoeringsbesluit ongeldig is. De gemeente is dat met hem eens en geeft de winkeliers van winkelcentrum Crimpenhof, die op grond van het ongeldige uitvoeringsbesluit een parkeervergunning hebben gekregen en daarvoor hebben betaald, hun geld terug.

De heer O. vraagt de gemeente vervolgens herhaaldelijk wanneer zij een nieuw uitvoeringsbesluit zal nemen. De gemeente informeert de heer O. diverse keren dat zij op korte termijn, wij hopen na de vakantie (zomer 2015), eind april (2016), 2e kwartaal 2016, een nieuw uitvoeringsbesluit zal nemen. Telkens overschrijdt de gemeente de genoemde termijn. De heer O. vraagt de ombudsman de gemeente aan te bevelen om op korte termijn een nieuw uitvoeringsbesluit te nemen.

De ombudsman oordeelt dat de gemeente tegenover de heer O. niet behoorlijk heeft gehandeld door diverse malen een termijn te noemen en die vervolgens niet na te komen. Dat is in strijd met de behoorlijkheidsvereisten Voortvarendheid en Betrouwbaarheid.

De gemeente geeft tijdens het onderzoek van de ombudsman aan dat er inmiddels meer zaken spelen die bij de afhandeling van het verzoek van de heer O. een rol spelen en dat zij daarom nog geen uitvoeringsbesluit wil nemen. De gemeente is over deze zaken in overleg met de politie, de winkeliers(vereniging) en de coöperatie Crimpenhof. Daarnaast start volgens de gemeente de inspraakprocedure voor het inrichten van de openbare ruimte rondom het ‘Prinsessenpark’. De gemeente zegt toe de verdere besluitvorming over het parkeerregime mee te nemen in de herinrichting van de openbare ruimte aan de zijde van de Prins Bernhardstraat.

De ombudsman besluit daarom geen aanbeveling aan zijn oordeel te verbinden.