Onderzoeksrapport ombudsman naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand door de heer R.

(samenvatting dossier 4131) De heer R. heeft eind november 2017 op grond van de Regeling Melding Vermoeden Misstand bij zowel de gemeente Rotterdam als bij de ombudsman een melding gedaan van vermoedens van integriteitsschendingen door medewerkers van afdeling X. De melding bestaat uit verschillende onderdelen die allen samenhangen met het onderwerp belangenverstrengeling.

De gemeente heeft naar aanleiding van de melding van de heer R. onderzoek gedaan en de concerndirecteur heeft daarna een standpunt ingenomen. De melding van de heer R. is door de concerndirecteur deels gegrond en deels ongegrond verklaard.

De heer R. is het niet eens met het standpunt van de concerndirecteur en heeft zich daarom (nogmaals) gewend tot de ombudsman met het verzoek om onderzoek te doen. De ombudsman heeft kennisgenomen van het onderzoeksrapport van de gemeente en aanleiding gezien om zelf een onderzoek te doen.

Naar aanleiding van het onderzoek vindt de ombudsman dat sprake is van ongeoorloofde belangenverstrengeling door medewerkers van afdeling X.;

–          Bij de totstandkoming en ontwikkeling van een app;
–          In de relatie tot bedrijf Y. en mevrouw D.;
–          In de relatie tot de gemeente Z. en mevrouw D.

Voor het overige vindt de ombudsman de melding van de heer R. ongegrond.

Na de melding van de heer R. en het daaropvolgende onderzoek heeft de concerndirecteur rechtspositionele maatregelen jegens betrokkenen getroffen die, aldus de ombudsman, navolgbaar zijn.