“Je hebt me laten stikken!”

(samenvatting dossier 2836) De heer C. heeft een (vast) inkomen en hulp nodig. Via Vraagwijzer komt hij in contact met een wijkteam van de gemeente Rotterdam.

Het wijkteam regelt afspraken bij verschillende instanties die de heer C. mogelijk verder kunnen helpen. Een wijkteammedewerker gaat met hem mee naar deze afspraken vanwege zijn agitatie. Dit schrijft het wijkteam in het ondersteuningsplan. Agitatie is prikkelbaarheid, opwinding en rusteloosheid. Het kan een medische, lichamelijke of psychische oorzaak hebben, maar agitatie ontstaat soms ook door veel stress.

Het contact tussen de heer C. en zijn vaste wijkteammedewerkster loopt vanaf het begin moeizaam. De heer C. loopt weg bij het eerste gesprek en gaat verbaal en via apps behoorlijk te keer. Volgens de wijkteammedewerker is hij steeds moeilijker bij te sturen en gaat hij over haar grenzen.

Op de dag dat de heer C. een belangrijke afspraak heeft bij het UWV appt de wijkteammedewerker dat ze niet mee gaat. De heer C. voelt zich in de steek gelaten en klaagt bij de ombudsman.

De ombudsman vindt dat er grenzen zijn aan wat wijkteammedewerkers moeten incasseren. Als een wijkteammedewerker het gevoel heeft dat er over zijn of haar grenzen wordt heengegaan of de situatie onveilig is, mag (moet) de medewerker maatregelen nemen om zichzelf in bescherming te nemen. Dat wil niet zeggen dat de heer C. helemaal geen hulp meer kan krijgen. Dat betekent dat de wijkteammedewerker het probleem aan de orde moet stellen en een alternatief moet voorstellen.

Dat laatste heeft de betrokken medewerker gedaan. Zij stelde een driegesprek voor met haar teamleider, maar daar ging de heer C. niet op in. Later vond alsnog een gesprek plaats, waarbij de heer C. bedreigingen heeft geuit en niet akkoord ging met de aanwezigheid van een beveiliger. Het wijkteam kon de heer C. op dat moment niet verder helpen, maar hield de deur voor toekomstige hulp op een kier. De ombudsman oordeelt dat het gedrag van het wijkteam verdedigbaar is en dat de klachten van de heer C. ongegrond zijn.