“Ik wil een andere werkconsulent!”

(samenvatting dossier 1320) De heer B. zit 20 jaar in de bijstand als de heer C. in 2016 zijn werkconsulent wordt. De heer C. gaat voortvarend met hem aan de slag. Te voortvarend vindt de heer B. Hij vindt dat de heer C. onvoldoende rekening houdt met zijn medische omstandigheden, zijn opleidingsniveau, zijn taalniveau en hem als een kind behandelt en hem beledigt. De heer B. wil niet met de heer C. om de tafel. Hij wil alleen een oordeel van de ombudsman.

De ombudsman nodigt de heer C. en de heer B. daarom afzonderlijk uit voor een gesprek en doet onderzoek in de stukken. Vervolgens beoordeelt hij de resultaten van zijn onderzoek aan de hand van criteria die hij sinds jaar en dag hanteert.

Wanneer adviseert de ombudsman de gemeente om een andere klantmanager, werkconsulent, matchmaker etc. toe te wijzen?

  • Is er sprake van een onwerkbare situatie tussen klant en klantmanager?
  • Is de klantmanager zodanig ernstig in gebreke gebleven dat voorstelbaar is dat het vertrouwen in de persoon van de klantmanager ernstig is geschaad?

De ombudsman komt tot de conclusie dat er geen onwerkbare situatie is ontstaan en dat werkconsulent C. op ondergeschikte punten wel onhandig opereerde, maar overall niet ernstig in gebreke is gebleven. De klacht van de heer B. is ongegrond. De ombudsman deelt de heer B. mee dat hij de gemeente niet zal vragen om een andere werkconsulent toe te wijzen. De heer B. is daarover teleurgesteld.