Geluidsoverlast aan de Schie

Samenvatting dossier 6188

De heer V. woont met zijn gezin aan de rivier de Schie. Hij heeft daar ook zijn bedrijf. In verband met de werkzaamheden voor de bochtafsnijding van de Schie en het plaatsen van een fietsbrug bij hem voor de deur, krijgt de heer V. in 2017 en 2018 met overlast te maken. In 2017 trekt hij aan de bel. Door het lawaai is het voor hem onmogelijk om klanten te woord te staan. De provincie, de gemeente en de aannemer komen langs en er gebeurt ook wel wat, maar de heer V. ervaart dat hij in de periode van de werkzaamheden zo goed als niet heeft kunnen werken. De geluidsoverlast is bovendien hevig en gaat soms’s nachts door. In 2018 gaan de werkzaamheden verder. De heer V. heeft weer overlast, nu van het heien.
De heer V. trekt weer aan de bel. Hij is boos dat er niets is gedaan om de overlast voor hem en zijn buren te beperken. Het voelt alsof hij van het kastje naar de muur, van de gemeente, via de provincie en de aannemer weer terug wordt gestuurd. Hij klaagt daarover bij de wethouder en de ombudsman. De ombudsman vindt dat de gemeente ervoor had moeten zorgen dat alle betrokken organisaties vóór de werkzaamheden in 20l7 met de heer V. en zijn buren om de tafel hadden moeten gaan zitten. Dit gesprek had ertoe moeten leiden dat de overlast zoveel mogelijk beperkt zou worden. Dat had zeker voor de werkzaamheden in 2018 gemoeten. Iedereen wist toen tenslotte wie er overlast zou gaan hebben en wat dat voor hen zou betekenen. De ombudsman vindt dat dit bij deze werkzaamheden te laat en onvoldoende is gedaan. De klacht van de heer V. is gegrond.

Aan zijn oordeel
verbindt de
ombudsman de volgende aanbeveling: Zorg dat er tevoren met de betrokken burger(s) overlegd wordt als significante overlast als gevolg aan werkzaamheden te voorzien is. Vraag daarbij expliciet welke oplossing(en) de burger zelf ziet en kijk of daaraan tegemoet gekomen kan worden. Zorg voor een potje (financiën) waar eventuele tegemoetkomingen uit betaald kunnen worden. Zorg ook voor een vaste, coördinerende contactpersoon die eventueel met andere overheden contact opneemt als dat in het belang van de burger(s) is.
In reactie op deze aanbeveling laat de gemeente weten dat zij deze aanbeveling in meerdere gevallen al heeft toegepast bij gemeentelijke projecten waar overlast werd veroorzaakt. De gemeente zegt toe dat zij zal onderzoeken hoe zij in de toekomst externe partijen zoals aannemers kan verplichten om burgers meer te betrekken bij verwachte overlast gevende werkzaamheden c.q. het vinden van een oplossing daarvoor. De gemeente vindt ook dat daar compenserende maatregelen bij passen.
De ombudsman heeft met instemming kennis genomen van de reactie van de gemeente en zal de gemeente vragen hem op de hoogte te houden van de resultaten van haar onderzoek. De ombudsman vindt wel dat de gemeente zich moet realiseren dat zij voor de burger altijd hét aanspreekpunt blijft.