“Dit is wel een bestuursorgaan dat onaangekondigd naar binnen komt lopen!”

(samenvatting dossier 2016.290) DCMR controleert bedrijven in 15 gemeenten, waaronder de gemeente Rotterdam, op het naleven van milieu- en veiligheidsregels. Op 11 september 2015 bezoekt een inspecteur van DCMR onverwacht het bedrijf van de heer K. Op dat moment is de heer K. niet aanwezig. Daarom ontvangt een medewerker van de heer K. de inspecteur en vergezelt hij hem bij de inspectie. De inspecteur van DCMR constateert dat het bedrijf keurig aan de regels voldoet.

Normaal gesproken laten inspecteurs van DCMR een doordrukformulier achter met hun bevindingen van de inspectie. Omdat de inspecteur geen doordrukformulieren bij zich heeft, kan hij niets achterlaten. De medewerker die de inspecteur van DCMR heeft rondgeleid heeft daarom ‘niks’ in handen, als de inspecteur vertrekt. Hij weet alleen dat het om de DCMR ging, maar niet wie de inspecteur was, omdat deze zich volgens hem niet had gelegitimeerd.

De heer K., die eerder te maken had met een controle door een nep-inspecteur vertrouwt het niet. Hij vraagt daarom bij DCMR het controleverslag op. Dit controleverslag staat volgens hem vol fouten. Hij ziet ook dat het controleverslag na de vaststelling daarvan gewijzigd is omdat het er anders uitziet. Dat maakt zijn wantrouwen compleet.

Een gesprek tussen de inspecteur en de heer K. lost niets op. De inspecteur is ervan overtuigd dat hij een visitekaartje heeft achter gelaten. De heer K. zegt van niet en hij noemt de inspecteur een leugenaar, die manipuleert en een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheid toont. DCMR dreigt daarop met aangifte van belediging. Alleen als de heer K. zijn uitspraken herroept, is een gesprek over zijn klachten weer mogelijk. De heer K. vindt dat hij oneigenlijk onder druk wordt gezet en benadert de ombudsman.

De ombudsman constateert dat de heer K. op veel punten gelijk heeft. Door de optelsom van deze punten oordeelt de ombudsman dat DCMR de klachten van de heer K. onzorgvuldig heeft aangepakt. De heer K. had binnen een week alsnog een controleverslag moeten ontvangen.

Fouten in het ‘gewijzigde’ controleverslag bewijzen echter nog niet dat er bewust is gelogen. De inhoud van het originele en volgens de heer K. ‘gewijzigde’ verslag blijken bovendien identiek. De heer K. heeft van de wijziging in het uiterlijk van het controleverslag en van de controle zelf geen nadeel ondervonden. De conclusie van DCMR was steeds: “Bij de uitgevoerde controle werden geen tekortkomingen voor wat betreft de milieuwetgeving geconstateerd.” DCMR heeft na het signaal van de heer K. dat er onjuistheden in stonden, het controleverslag gecorrigeerd.

Het gesprek tussen de inspecteur en de heer K. vond de ombudsman op zichzelf een goedbedoeld initiatief van DCMR. Na het gesprek was het echter aannemelijk dat verder praten geen meerwaarde had. Dreigen met aangifte was niet handig, maar de klachtafhandeling op zichzelf was ‘fair enough’.

De DCMR belooft dat bedrijven nog dit jaar na een controlebezoek standaard een e-mail krijgen. De ombudsman sluit zijn onderzoek af met een aanbeveling. Laat een inspecteur vertellen dat hij zich op verzoek kan legitimeren en geef standaard een visitekaartje. Voorkomen moet worden dat DCMR onbedoeld medewerkers van bedrijven overrompeld.