De ombudsman bemiddelt tussen stichting en gemeente

(samenvatting dossier 2016.454) De stichting T. huurt vanaf 1987 een stuk grond van de gemeente. Op dit stuk grond zijn volkstuinen van oudere inwoners van Rotterdam gevestigd. In 2003 laat de gemeente aan de stichting weten dat er in het gebied waarin het stuk grond ligt een woonwijk zal worden gebouwd. Dat heeft tot gevolg dat het volkstuinencomplex wordt opgeheven.

Dit leidt tot discussie tussen de stichting en de gemeente. De stichting vindt het niet nodig dat de volkstuinen moeten verhuizen. Als ze al moeten verhuizen, dan moet de gemeente helpen bij de verhuizing en de kosten daarvan dragen. De gemeente is het hier niet mee eens.

Uiteindelijk komt het in 2010 tot een rechtszaak. De rechter besluit dat de ontruiming moet worden uitgesteld tot en met 30 september 2011. Daarnaast schrijft de rechter in zijn vonnis dat de gemeente wel een rol heeft bij het vinden van een vervangende locatie en het geven van hulp bij de verhuizing.

De gemeente en de stichting gaan weer met elkaar in overleg. De gemeente zegt toe dat zij op zoek zal gaan naar een nieuwe plek voor de volkstuinen. Daarnaast worden er toezeggingen gedaan over financiering daarvan.

Eind 2011 ontruimt de stichting het stuk grond zodat de woonwijk gebouwd kan worden. Er wordt een nieuwe plek voor de stichting gevonden. In juni 2013 is het grondgedeelte daarvan klaar en kunnen de volkstuinen weer worden ingericht. De gemeente en de stichting sluiten daarvoor een nieuwe huurovereenkomst.

Tussen de stichting en de gemeente ontstaat echter discussies over het onderhoud van de gebouwen op het nieuwe stuk grond. De stichting zegt dat de gemeente haar toezeggingen niet nakomt. Uiteindelijk worden in juni 2015 de gebouwen wel overgedragen aan de stichting, maar er zijn dan nog geen goede afspraken gemaakt over het onderhoud.

De stichting komt naar de gemeentelijke ombudsman omdat het niet lukt om er met de gemeente uit te komen. Zij vraagt de gemeentelijke ombudsman een onderzoek in te stellen omdat de gemeente haar toezeggingen niet nakomt.

De ombudsman vraagt zich of het instellen van een onderzoek wel de juiste weg is. Het lijkt er eerder op dat de stichting en de gemeente liever willen dat er definitieve afspraken gemaakt worden over het onderhoud. Daarom stelt de ombudsman voor dat de gemeente en de stichting proberen om, onder bemiddeling van de ombudsman, definitieve afspraken te maken.

Zowel de stichting als de gemeente zetten zich in om de bemiddeling tot een goed einde te brengen. Na diverse gesprekken tussen de gemeente en de stichting, onder leiding van de ombudsman, lukt het om afspraken te maken waar zowel de gemeente als de stichting blij mee zijn. Deze afspraken worden opgeschreven in een bijlage bij de huurovereenkomst zodat er in de toekomst geen discussie meer over kan zijn.

De ombudsman is blij dat er een voor de stichting en de gemeente bevredigende oplossing is gevonden en sluit het dossier.