Betaald parkeren op Katendrecht

(Samenvatting dossier 2015.1027)
De gemeentelijke ombudsman heeft de klachten van  bewoners die protesteerden tegen de invoering van betaald parkeren in de wijk Katendrecht ongegrond verklaard. Na een uitgebreid onderzoek naar achtergronden en de vele contacten tussen alle betrokken partijen is de eindconclusie dat de gemeente Rotterdam correct gehandeld heeft en dat de bewoners van Katendrecht in vergelijking met andere wijken binnen de 1e ring van de stad financieel niet benadeeld worden.

De ombudsman stelt vast dat in de ontwikkelingsplannen van Katendrecht na 1999 altijd al sprake is geweest van het voornemen om betaald parkeren in te voeren. Het gegeven dat het betaald parkeren eerder diverse keren is uitgesteld, is geen garantie dat het nooit ingevoerd zal worden, zegt de ombudsman in het rapport.

Ook vindt de ombudsman dat de gemeente er goed aan heeft gedaan de parkeerdruk te onderzoeken. Daaruit blijkt dat met name bij de Rijnhavenbrug en het metrostation Rijnhaven de parkeerdruk tot boven de 85% is opgelopen. De gemiddelde parkeerdruk in de wijk is ruim 60%.

Een beperkte invoering van betaald parkeren op de drukste plaatsen acht de ombudsman niet wenselijk, omdat het een ‘waterbedeffect’ veroorzaakt, waarbij de parkeerdruk op andere plekken in de wijk toeneemt.

“Katendrecht is net als andere wijken rond het centrum een gebied in ontwikkeling, waar een strikt parkeerbeleid van toepassing is. Dat kan nooit een verrassing zijn voor mensen die er voor kiezen daar te gaan wonen. Bovendien heeft de gemeente in overleg met woningcorporatie Woonstad redelijke parkeerfaciliteiten geboden aan bewoners van de nieuwbouw”, zo concludeert de ombudsman.

De discussie over de invoering van betaald parkeren op Katendrecht loopt al meer dan 10 jaar. Uiteindelijk werd de invoering gekoppeld aan de oplevering van de nieuwbouw in het Laankwartier en de opening van het museumschip annex hotel SS Rotterdam. Vanaf 1 oktober 2015 is in de gehele wijk het betaald parkeren ingevoerd.

Bewoners van een nieuwe koopwoning hebben een eigen parkeerplaats voor hun 1e auto. Huurders betalen € 15 per maand voor een parkeerplek in hun buurt. Eén op de drie huishoudens heeft een 2e auto. Hier zit de meeste pijn van de bewoners. Er is een wijkparkeergarage waar de bewoners een 2e parkeerplaats kunnen huren of kopen. De kosten daarvan zijn aanzienlijk hoger dan de kosten van de 1e parkeerplaats, maar “niet onredelijk” volgens de ombudsman. De  bewoners willen echter voor hun 2e auto ook het lage tarief dat gebaseerd is op de parkeervergunning op straat.

Hiervan zegt de ombudsman dat de gemeente terecht geen onderscheid maakt ten opzichte van andere wijken, die onder het parkeerbeleid van de 1e ring in het stedelijk gebied vallen.