Zorg en ondersteuning

Ook in 2020 blijkt weer hoe belangrijk maatwerk is bij zorg- en hulpverlening door de gemeente.

  • Mevrouw M. mag een jaar lang niet meer in gebouwen van de gemeente komen. Daardoor kan zij geen Wmo voorziening meer aanvragen. De ombudsman keurt haar eerdere gedrag niet goed maar vindt het niet proportioneel dat zij geen ondersteuning door de gemeente meer kan vragen. Er komt een herstelgesprek met de gemeente.
  • Mevrouw S. verleent intensieve mantelzorg aan haar man. Zij vraagt de gemeente te hulp. Het wijkteam vindt dat het hier gaat om hulp voor haar man maar hij deed geen aanvraag. Zo komt er geen hulp. Mevrouw S. krijgt een burn-out. De ombudsman bemiddelt en uiteindelijk komt er hulp. Maar de ombudsman vraagt zich wel af wat mantelzorgondersteuning door de gemeente eigenlijk inhoudt.
  • Sommige kinderen hebben iets anders nodig dan het bestaande reguliere of bijzondere onderwijsaanbod. Daarom richten ouders een aangepaste combinatie van onderwijs en ondersteuning in. Zij vragen de gemeente om hulp. Na 1,5 jaar overleg geeft de gemeente die niet: deze combinatie van onderwijs en ondersteuning past niet binnen de regels. Dat de regels geen ruimte laten wist de gemeente meteen al. Maar het gaat hier om een particulier initiatief juist omdat het bestaande aanbod, dat wel volgens de regels is, hun kinderen geen oplossing biedt. Toch moeten ze stoppen. De ombudsman doet een bemiddelingspoging en onderzoekt de gang van zaken. Hij oordeelt dat de klachten van de ouders hierover gegrond zijn.

De gemeente kan soms wat kort door de bocht gaan bij het verlenen van zorg of ondersteuning.

  • De heer S. heeft problemen en raakt in 2014 dakloos. Hij vraagt hulp van de gemeente Rotterdam. In 2015 vindt hij zelf een huis, in een andere gemeente. Rotterdam sluit meteen zijn dossier. De heer S. is echter nog niet goed geholpen met zijn problemen en raakt weer dakloos. Hij meldt zich weer in Rotterdam en dient een klacht in bij de ombudsman. De ombudsman stelt onderzoek in. Uitkomst is dat de gemeente Rotterdam in 2015 het dossier niet had moeten sluiten. De gemeente had zijn hulpvragen moeten overdragen aan de gemeente waar de heer S. zijn huis had gevonden, zodat de hulp kon worden voortgezet.
  • De gemeente regelt een uitvaart te snel zelf, zonder in het Centraal Testamentenregister te kijken. Daardoor mist de gemeente dat er een testament is, met de heer H. als executeur testamentair. H. kan daardoor de laatste wensen van de overledene niet meer uitvoeren. De ombudsman beveelt de gemeente aan haar werkwijze op dit punt aan te passen.